Klassiek recept

Ingrediënten

  1. 4 bouten “Coq des Prés” waarvan het vel is verwijderd
  2. witte bloem
  3. 1 teentje look en 1 dikke sjalot, fijngehakt
  4. ongeveer 200 g Parijse champignons, in fijne plakjes gesneden
  5. 2 el. ongezouten boter
  6. 1 el. olijfolie
  7. 1 takje tijm en 2 blaadjes laurier
  8. een glas droge witte wijn
  9. 150 ml gevogeltebouillon
  10. 2 el. tomatenpuree
  11. peper en zout naar smaak.

Bereiding

  1. De bouten “Coq des Prés” royaal in de bloem wikkelen.
  2. De boter op een matig vuurtje laten verwarmen in een gietijzeren pot.
  3. Daarin de 4 bouten aanstoven – ze verwijderen zodra ze aan alle kanten mooi goudbruin zijn.
  4. De bouten warm opzij houden.
  5. In dezelfde pot de olie warmen en de look, de sjalot, de laurier en de tijm toevoegen.
  6. 2 tot 3 laten bakken, bevochtigen met de witte wijn en de aanbaksels op de bodem mooi losmaken. Aan de koop brengen.
  7. De bouten “Coq des Prés” weer in de pot doen en er de warme bouillon overgieten.
  8. De tomatenpuree toevoegen, afdekken en op een zacht vuurtje laten stoven.
  9. De bouten regelmatig omdraaien.
  10. 30 – 35 min. later de champignons toevoegen bij de gevogeltebouten.
  11. Nog een kwartier laten stoven – kruiden met peper en zout en mooi warm opdienen.